OPTA tegen strikte netneutraliteit

De Nederlandse telecomwaakhond OPTA is niet voor de strikte handhaving van netneutraliteit, zoals die in Nederland sinds kort van kracht is. Het thema netneutraliteit werd een publiek onderwerp toen bekend werd dat in Europa verscheidene internetproviders diensten ‘afknijpen’. Het resultaat is shaped traffic: bezoekers van druk bezochte sites, zoals YouTube, krijgen dan bijvoorbeeld minder bandbreedte toebedeeld zolang zij video’s streamen omdat het voor de provider te duur is om iedereen de volle bandbreedte te geven. Soortgelijke verschijnselen komen in Europa ook voor bij downloads van peer-to-peer-netwerken of nieuwsgroepen.

Voorstanders van pure netneutraliteit zeggen dat dit niet moet kunnen: als je voor een bepaalde bandbreedte betaald moet je die ook krijgen, ongeacht je activiteiten. De politiek was het hiermee eens: eerder dit jaar werd in Nederland een wet aangenomen die netneutraliteit verplicht maakte voor Nederlandse providers.

Maar telecomwaakhond OPTA liet zich eerder deze week kritisch uit over deze aanpak. Zij hadden liever gezien dat Nederland de EU-methode had gehanteerd: transparantie verplichten en concurrentie mogelijk maken. De klant moet kunnen kiezen of hij minder wil betalen voor minder bandbreedte bij bepaalde types internetverkeer. “In Nederland is netneutraliteit nou eenmaal in de wet vastgeklonken, terwijl wij Europees gezien de consument juist de middelen willen geven om zelf een keuze te maken in hetgeen hij van de operator wil ontvangen,” aldus Remko Bos, directeur klantenzaken bij de OPTA. Ondanks de kritiek heeft de telecomwaakhond overigens laten weten de Nederlandse telecomwet wel uit te voeren.

Reageer op dit bericht