Meer controle over Apparaatbeheer

Als je problemen hebt met de installatie van bepaalde apparaten, kan dat worden veroorzaakt door een conflict met ‘verborgen’ apparaten of de bijbehorende stuurprogramma’s. Die zie je normaliter niet in Apparaatbeheer. Met de opdracht »Beeld | Verborgen apparaten weergeven« kun je weliswaar  apparaten zichtbaar maken die niet Plug & Play zijn, maar dan zie je nog steeds niet alles. Verkeerd geïnstalleerde of dubbele items die problemen opleveren bij de installatie of het verwijderen van nieuwe hardware, houdt Apparaatbeheer nog steeds verborgen.

Om echt alle verborgen apparaten zichtbaar te maken, open je een opdrachtpromptvenster. Typ hierin de opdracht
SET DEVMGR_SHOW_NONPRESENT_DEVICES=1
Start daarna Apparaatbeheer, bijvoorbeeld door op de Opdrachtprompt devmgmt.msc in te voeren.  Als je nu »Verborgen apparaten weergeven« kiest, zie je echt alles. Je kunt dan items verwijderen die voor problemen zorgen. Let op uitroep- of vraagtekens in de lijst en zoek naar dubbele items. De aanwezigheid van een grote hoeveelheid gelijknamige apparaten met enkel een afwijkend volgnummer kan je op het spoor brengen van apparaten met problemen. Apparaten die ‘vervaagd’ worden weergeven, zijn (momenteel) niet aanwezig.

Wil je dat Apparaatbeheer altijd open kaart speelt? Voeg dan een systeemvariabele toe, zodat je niet steeds opnieuw de opdracht moet invoeren. Rechtsklik op »Computer«, bijvoorbeeld in het menu start of op het bureaublad. Kies »Eigenschappen« en ga daarna naar »Geavanceerd« (Windows XP) of »Geavanceerde systeeminstellingen« (Windows Vista/7).  Klik op de knop »Omgevingsvariabelen«.

Kies de bovenste knop »Nieuw« om alleen voor de huidige gebruiker Apparaatbeheer aan te passen of de onderste knop om dit voor iedereen te doen. Typ als naam van de variabele
devmgr_show_nonpresent_devices
en voer als waarde  1 in. Sluit vervolgens alle vensters. Vanaf nu laat Apparaatbeheer echt alles zien als je »Verborgen apparaten weergeven« kiest.

Geef een reactie